SLIM MET AUTISME

Slimme leerlingen met autisme. Je ziet meestal niet dat er iets met ze is, maar je merkt vaak wel dat ze anders zijn. Snel overprikkeld, sociaal onhandig of een beetje vreemd. Veel mensen denken bij een autist aan Dustin Hoffman in de film Rain Man. 

Mensen met extreme vormen van autisme komen vaker in het nieuws; de savant, de geniale muzikant of de wereldvreemde raketgeleerde. Slimme kinderen met een milde vorm van autisme vallen veel minder op. Behalve als ze de stoelen door de klas smijten uit frustratie en overprikkeling. Gedrag dat resulteert in onbegrip van de omgeving.

Slimme leerlingen met autisme missen vaak de praktische vaardigheden of flexibiliteit om goed tot hun recht te komen in de klas. Vrije opdrachten, samenwerken of überhaupt functioneren in een klas vol prikkels: voor een kind met autisme is dit heel moeilijk. De wereld voelt voor hen vaak onveilig, waardoor ze onder hun niveau presteren. Ze hebben zowel een hoog IQ als een beperking op het gebied van informatieverwerking, sociale vaardigheden en inlevingsvermogen. Twee uitersten die elkaar in de weg zitten. Lees meer in de docentenhandleiding en brochure Uniek in de klas.

De kenmerken van autisme in vogelvlucht

Hoofd- en bijzaken. Een kind met autisme ontwikkelt zich in een andere volgorde dan een kind zonder autisme. Sommige vaardigheden ontwikkelen zich sneller, andere langzamer. De verwerking van informatie in hersenen verloopt anders. Een kind met autisme heeft moeite om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden.

Overprikkeling. De mentale ‘inbox’ van een kind met autisme raakt sneller vol. Signalen, geluid en prikkels komen veel harder binnen. Daarnaast kost het deze leerling meer tijd om al die informatie te verwerken. Het gevolg is overprikkeling, stress, frustratie en boosheid.

Onveilig. Voor kinderen met autisme voelt de wereld vaak onveilig. Ze voelen zich anders en onbegrepen. Alleen. Deze kinderen willen best contact maken, maar ze weten niet hoe. Ze willen graag meedoen op hun eigen manier. Een veilige omgeving waarin ze zichzelf durven zijn is belangrijk. Door positieve ervaringen op te doen, krijgt een kind zelfvertrouwen. En dat is nodig om te leren en jezelf te ontwikkelen.

Als docent kun je het verschil maken. Daar hoef je geen expert voor te zijn. Bedenk je dat autisme is aangeboren, het is geen gedragsprobleem. Kinderen met autisme kunnen wél leren omgaan met hun beperkingen. En vergeet niet dat deze kinderen ook veel sterke kanten hebben.

 IMG_8620